Onderzoek: AI-gebruik onder kinderen en jongeren van 8 tot 25 jaar

Onderzoek: AI-gebruik onder kinderen en jongeren van 8 tot 25 jaar

Vandaag staan in meerdere kranten de resultaten van een onderzoek naar AI-gebruik onder christelijke kinderen en jongeren van 8 tot 25 jaar. Ik mocht als begeleider aan dit onderzoek meewerken, en dat heb ik met veel vreugde gedaan.

De cijfers verrassen me niet echt. 93% van de 1336 ondervraagde jongeren gebruikt AI, een groot deel dagelijks of wekelijks. Op de basisschool maakt zo'n 80% al af en toe gebruik van AI. En dat vind ik op zichzelf logisch: AI biedt ook veel mogelijkheden.

Tegelijkertijd vraagt het gebruik ervan om begeleiding, thuis én op school. En die begeleiding ontbreekt nog te vaak, laat dit onderzoek zien. Zelfs ouders en docenten die AI zelf wél gebruiken, begeleiden hun kinderen daar nauwelijks in.

Dat vind ik wel risicovol. Bijvoorbeeld omdat leren echt — generatiebreed — verstoord kan raken wanneer veel opdrachten in één op één door een chatbot gemaakt kunnen worden. Ook ontstaat er een groeiende ongelijkheid tussen leerlingen, in begeleiding en tools, en blijken lang niet alle leerlingen in staat te zijn de output kritisch te beoordelen.

Het raakte me om de zorgen te lezen die jongeren van 8 tot 25 jaar noteerden over AI, zorgen die ze feitelijk maar beperkt ergens kwijt kunnen: over hun werkzame toekomst, het milieu, privacy, het bestaansrecht van de mens en de mondiale ontwikkelingen binnen AI.

Daar open voor staan, als ouder en als leerkracht, lijkt me in ieder geval het minste dat we kunnen doen.