Sociale media versus generatieve AI: waarom de animo voor bezinning zo verschilt

Sociale media versus generatieve AI: waarom de animo voor bezinning zo verschilt

Als je het over sociale media hebt, gaan de meeste ouders inmiddels wel aan: liever niet te jong, niet te veel, et cetera.

Maar heb je het over bezinning op generatieve AI, dan is de animo veel kleiner:

  1. Ai? Is dat niet die stad in de Bijbel?
  2. Hoezo rísico's? Ik ga juist lekker op AI.
  3. Oh nee, je bent zeker van het type hoe-moeilijker-je-doet-hoe-degelijker-je-lijkt.
  4. We hebben RefGPT toch?

Dat leverde bij mij weer eens een reflectiemomentje op: waarom vind ik dit zo belangrijk? Waarom steek ik er überhaupt vrije tijd in?

Dus deed ik een gedachte-experiment. Wat nu als we net doen alsof wij, ouders, nog in de tijd vóór AI leven, zo'n drie jaar geleden dus?

Misschien gebeurt dit. Je kind:

  • benut AI uit zichzelf geweldig
  • weet zelf wanneer het verstandig is om het niet te gebruiken en wanneer wel
  • snapt dat AI wel alwetend lijkt maar het niet is

Kortom, het is een voorbeeldig kind!

Ofwel, je kind:

  • kiest een opleiding waarover een paar jaar nauwelijks werk in is (dec. 2025, Intermediair)
  • stelt, net als 25% van de jongeren, gevoelige vragen liever aan AI dan aan jou (jan. 2026, AIwereld)
  • trouwt met een robot (dec. 2025, Japan) 🤪
  • gooit privacygevoelige gegevens in AI (maart 2025, Toronto University)
  • wordt geconfronteerd met AI-gegenereerde naaktplaatjes (Save the Children-survey, apr. 2025)
  • maakt zich, net als meer dan de helft van onze jongeren, zorgen over AI, maar kan die niet bij jou kwijt (o.a. febr. 2024, onderzoek 4-H)
  • verliest vaardigheden en wordt afhankelijk (o.a. 2025, Societies)

Met een beetje begeleiding kantelt het evenwicht naar de kansen en minder naar de risico's.